Binnenvaartklipper onder zeil

Historie van bouw en restauratie

De klipper Avontuur werd in 1909 gebouwd op de werf Haezer te Hardinxveld, de werf bestaat al heel lang niet meer, maar het terrein is in de tegenwoordige werf van Damen ingelijfd. Wanneer de werf geen bouwopdracht had werd er gebouwd op “avontuur”. Dit was een vaker voorkomend fenomeen in die tijd en de bouwers noemden het schip in aanbouw dan Avontuur. Werd zo’n schip gekocht door een schipper met niet veel fantasie dan behield het die naam.

Rond de eeuwwisseling waren er slechts stoommachines. Deze machines waren zo groot en zwaar, dat als je die in een schip zette samen met de benodigde kolen, dan paste daar niet zoveel vracht meer bij. Vandaar dat de kleinere vrachtschepen voortbewogen werden door windkracht, zoals dat al eeuwen gedaan werd. De theeklippers op de oceanen en de binnenvaart klippers waren de laatste zeilvaartuigen die ontwikkeld werden voor de vrachtvaart. Ze hebben dan ook de beste zeilplannen en de meeste techniek aan boord in de vorm van lieren en stuurwerken, daarom zijn ze gemakkelijker te bedienen dan andere zeilende scheepstypes. Ze hadden daarom ook minder bemanningsleden nodig.

De Avontuur werd gebouwd op de maximale afmetingen die in de sluis naar Roosendaal past; vandaar dat het type wel Roosendaler genoemd wordt. Zo bestaan er ook Hagenaars, speciaal gebouwd om bakstenen naar Den Haag te vervoeren. Bij deze schepen was de hoogte van de laagste brug in het trajekt de belangrijkste beperking. Ook in de moderne vaart zijn de termen Dortmunder en Kempenaar bekend om de afmeting van een schip aan te geven.

Bij de bouw van de Avontuur werd er rekening mee gehouden dat ze geladen zou worden in de Zeeuwse getijdehaventjes waar de boeren met paard en wagen of met de kruiwagen hun produkten kwamen afleveren. Het schip moest dus met lading kunnen droogvallen zonder lek te raken en werd daarom erg zwaar gebouwd.

Voor zover bekend is het schip nu bij zijn vierde eigenaar. De eerste eigenaar Versluis uit Werkendam verkocht haar aan Boogaard uit Hardinxveld. Rond 1937 werd de Avontuur gekocht door Piet Blokland en door zijn kinderen verkocht aan Jan van Aartrijk in 1977.

Ze werd voortbewogen door zeilen en windkracht, de eerste motor verscheen pas in de vijftiger jaren op het voordek; ze dreef een zijschroefinstallatie aan. Deze motor werd ook gebruikt voor het aandrijven van de zand-en grind losinstallatie. Met een hele lange giek en een bak werd de lading naar de wal gehesen. Het was zwaar werk aan de bak, maar in de krisistijd waren sterke jongemannen wat blij als ze “aan de bak” kwamen. De Avontuur heeft zeker 50 jaar uitsluitend zand en grind van de winplaatsen aan Rijn en Maas naar losplaatsen in de buurt van Hardinxveld en Rotterdam gebracht.

Jan bouwde het schip terug tot zeilschip en maakte het interieur geschikt voor gasten; eerst primitief, alles werd gemaakt met meer inzet dan geld. Scheepssloperijen in Hendrik Ido Ambacht waren de leveranciers van staalplaat, lieren, zwemvesten en alles wat er van sloopschepen bruikbaar is. Het meeste van het timmerhout was afkomstig van het stuwhout om de lading vensterglas te beschermen die met een coaster van Denemarken naar Maassluis gebracht moest worden. Als stuurman verantwoordelijk voor het stuwen van de lading werd er die reis door Jan niet op een plankje meer of minder gekeken. Eigenlijk is het dus gewoon een gerecyclede boot. Vanwege de sfeer en de voorheen bruine zeilen werden deze zeilschepen BRUINE VLOOT schepen genoemd.

In de winter van 93/94 werd het interieur volledig gesloopt en weer opgebouwd tot wat het nu is.

Technische gegevens:
Lengte: 26,30 m
Breedte: 5,70 m
Diepgang: 1,35 m
Grootzeil: 180 m2
Fok: 60 m2
Kluiver: 50 m2
Halfwinder: 150 m2
Waterzeilen: 40 en 20 m2
Gardner motor: 110 Pk
Generator: 17,5 kVA
Accu’s: 560 Ah
Gasolie: 1200 L
Drinkwater: 6000 L

adresbalk